Ronny Delrue

Sporen

Paul Ilegems

maart 1994

ER IS EEN WERK VAN RONNY DELRUE dat ‘sporen’ heet. Deze titel zou kunnen slaan op meerdere werken van zijn hand, misschien zelfs op zijn hele oeuvre, dat te maken heeft met herinneren en vergeten. Op vele van zijn doeken schemeren onderliggende beelden door, die soms nog vaag herkend worden maar niettemin raadselachtig blijven. Zijn werkwijze is dus een vorm van transparant schilderen, een techniek die tijdens het interbellum werd geïntroduceerd door Francis Picabia maar toen geen enkele weerklank ondervond. Sindsdien echter werd het transparant schilderen opnieuw ingevoerd door Sigmar Polke, en via hem overgenomen door de Amerikanen Schnabel en Salle. Bij ons is de Antwerpse kunstenaar Walter Swennen de belangrijkste vertegenwoordiger. Maar als er technisch gesproken zekere overeenkomsten aan te wijzen zijn, inhoudelijk is dat niet het geval. Delrue betrekt het herinneren of vergeten niet zozeer op zijn persoonlijke ervaringen, maar eerder op de geschiedenis van het mensdom in haar geheel. Hij verwijst naar vorsten, farao’s en keizers die al sedert millennia dood zijn, maar alles in het werk stelden om te overleven in grootschalige monumenten en praalgraven. Maar zelfs van deze solide bouwsels is in de meeste gevallen niets overgebleven, en wat we nog kennen is vervallen tot ruïne. Dit brengt ons tot de ijdelheid van elk grootheidsstreven, het Vanitasmotief. Vandaar ook de schedelvorm, die in vele van zijn doeken terugkeert. En meteen zien we een andere parallel voor de gebruikte techniek, want ook de alleroudste overblijfselen van de artistieke creativiteit zijn over elkaar gezette beelden: de schilderingen en rotsgravures in de grotten van de Dordogne, het werk van opeenvolgende generaties die op dezelfde plekken hun sporen wilden achterlaten, waardoor ze vaak onontwarbaar werden. Het werk van Delrue bevat daar nog een echo van, en zo wordt de kring van herinneren en vergeten gesloten.

Top