Ronny Delrue

Omtrent het recente oeuvre van Ronny Delrue

Luk Lambrecht

oktober 1995
“t Is moeilijk uit te leggen wat ik met mijn schilderijen bedoel. Daarin heb ik het zelf zo goed mogelijk uitgedrukt. Met woorden kan je altijd maar een deel van je gedachten bestrijken.” (Piet Mondriaan)

DE VISUELE HERINNERING aan de herinnering vervaagt in het recente schilderkunstige oeuvre van Ronny Delrue. De queeste naar het plastisch laten stollen van particuliere levenservaringen blijft een oneindige bezigheid ten einde de onvatbare essentie te omcirkelen van het mysterie dat het leven van een mens is en blijft. Jarenlang bleef de vage, als het ware aan geheugenverlies lijdende afbeelding de verf overwoekeren op zijn doeken. Het was alsof Delrue de nagedachtenis aan de schilderkunst visualiseerde via het ‘op afstand’ schilderen van anonieme (graf)monumenten. De schilderkunst is nooit dood of kan nooit helemaal in verveling vervallen omdat a priori zelfs alle zogenaamde figuratieve schilderijen het nooit volledig te controleren ‘schildersgebaar’ moeten passeren van een subjectief interpreterende/werkende kunstenaar. De uniciteit van het schilderen is vandaag een tegendraadse en zelfs subversieve artistieke houding geworden oproeiend tegen de stroom van een samenleving die geconditioneerd blijft door de pletwals van het commerciële (digitale) massabeeld. Het schilderij is een teken van stilstand, van waarheid of van leugen maar alvast een rustpunt dat mogelijkheden gunt om de visuele voorspelbaarheid en gecamoufleerde ideologische intenties van de beeldtaal van de massamedia (even) te ontlopen. Een schilderij is een object dat per definitie abstract is omdat de waarheid of de werkelijkheid niet kan worden afgebeeld. De schilderkunst geeft kleur en vorm aan vrijheid in denken en zien en laat de toeschouwer achter met beelden van verf die de optelsom zijn van een complex geheel van intuïtieve en logisch rationele beweegredenen. Het schilderen van vaag herkenbare artefacten van de herinnering buigt zich bij Ronny Delrue langzaam om in het schilderen van landschappen die als dusdanig niet onmiddellijk worden herkend. De ambachtelijke nauwgezetheid waarmee hij verf samenstelt, benadrukt nu meer dan ooit de tactiele kwaliteiten van de verf als materie. De unieke verschijnvorm van de precieus zelf aangemaakte verf ‘spreekt’ als elastische substantie over de wijze waarop de schilder niet alleen met het ‘ambacht en het métier’ omspringt maar ook zijn kunde laat zien dat verf zelf een verhaal kan betekenen over de empirische resultante van het twijfelend zoeken naar de ‘juiste’ kleur die al dan niet kan staan voor emotie, scherpzinnige observatie, stemming, sensatie of gemoed. De Amerikaanse schilder Robert Ryman vatte het als volgt samen: “Het basisprobleem is wat te doen met verf. Wat er gedaan wordt met verf is de essentie van alle schilderkunst”.

De nieuwe schilderijen van Ronny Delrue zijn klein van formaat. Dat betekent dat de toeschouwer verplicht wordt het kunstwerk van dichtbij te (be)naderen, het als een voyeur te bespieden. Hij/zij wordt uitgenodigd om een intieme, zwijgzame dialoog aan te gaan met de manier waarop de verf vorm kreeg en ‘werd’ op het doek. Ronny Delrue suggereert alleen a-romantische, ‘noorderlijke’ landschappen waar geen plaats is voor zoete idyllische bijgedachten. De landschappen zijn smeuïge abstracte composities waarin alleen allusies op een horizontlijn het vermoeden aanscherpen dat het hier kan gaan om een landschap. De verf op de doekjes lijkt daarenboven niet volledig de ‘instructies’ te volgen van de kunstenaar maar zoekt ‘hier en daar’ en heel merkbaar zelf een weg door- en langsheen het oppervlak van de drager tot zelfs op een grens waar de verf letterlijk gaat ‘afdruipen’ aan de randen van het doek. De verf tart en test hier haar ultieme en extreme begrenzingen en raakpunten met de drager! Het begrip stijl is hier niet van toepassing. Delrue ontsnapt meer en meer aan onderliggende anekdotische suggesties en laat via een non-figuratieve beeldtaal de (eventuele) decoderende taak over aan de toeschouwer die daar dan al dan niet voor open staat of dat verlangt. 

Het presenteren van werk in kleine reeksen biedt daarenboven het voordeel dat het ‘unieke’ van het aparte schilderij opgaat in een ‘som’ van picturale waarnemingen. De toeschouwer interpreteert en borduurt de verschillende beeldcomponenten tot een voor hem/haar aanvaardbaar geheel; de aparte schilderijen worden (verwisselbare) elementen in een actief conditionerende kijk-verhouding met de toeschouwer. In het recente werk van Ronny Delrue ligt de nadruk voluit op de kunst van het kijken: de referentiële leegte op het doek maakt plaats voor een creatief en zinvol proces bij de toeschouwer! Ronny Delrue legt ook een relatie met driedimentionaal werk: hij noemt ze abstracte, anonieme plaasteren koppen. Ik zie ze eerder functioneren als metaforisch te interpreteren ‘ankerplaatsen’ voor zijn schilderijen. Een beetje vergelijkbaar met een reeks schilderijen van de Nederlandse René Daniëls die onder de titel ‘Kades-Kaden’ langsheen imaginaire geschilderde dokken (in de vorm van een grillige boom) de titels aanbracht van zijn oeuvre.

Het markeren van ankerplaatsen is inherent verbonden aan de existentie van de mens: de mens leeft van en via een ‘gezeefd’ complex van herinneringen. Dat vormt zijn/haar geschiedenis, zijn persoonlijkheid. De combinatie van reeksen abstracte schilderijen en plaasteren ‘ankerplaatsen’ in het oeuvre van Delrue sluit vanzelfsprekend aan bij de nu wel al te expliciete verwijzingen in de hedendaagse kunst  naar het begrip ‘herinnering’. Al vind ik dat de algemene uitspraak van neuro-psycholoog Oliver Sachs perfect aansluit bij de artistieke beweegredenen van Ronny Delrue: “Ik denk dat het geheugen dicht bij de verbeelding staat, en dat herinneringen interpretaties zijn, geen kopieën of fascimiles. Geen reprodukties”. 

Alleen wordt de herinnering in Delrue’s werk niet meer expliciet ten tonele gebracht via (semi) herkenbare of diafane beelden/illustraties.

Het oeuvre van Delrue belandde op een kruispunt waar het figuratieve de richting insloeg van een picturale produktie die nog alleen ruimte biedt aan ‘open’ en verre referentiële suggesties. Het zijn picturale objecten die worden beschouwd als ‘abstracte en lege’ voertuigen die kunnen leiden tot een contemplatief omgaan met visuele ervaringen of voor anderen beperken deze doeken en ‘ankerplaatsen’ zich tot een zuiver visueel proces van het ondergaan en dito genieten van de manier waarop de kunstenaar zijn ideeën over het schilderij of het beeld laat samenvallen met anomalieën van het toeval tijdens de artistieke uitvoering.

“Abstraction relies upon perception but resides in thought.” (Rainer Crone & David Moos)

Top