Ronny Delrue

Fragmenten uit een essay in voorbereiding:

Ronny Delrue – cirkelen rond zwarte gaten

Tanguy Eeckhout, curator Museum MDD, Deurle, België

Oktober 2009

De tekeningen ontstaan vanuit reflecties; ik probeer beeldend uit te drukken wat er in me omgaat. Tekenen kan hierbij het snelst mijn denken volgen. Tekeningen zijn de meest naakte, directe neerslag van mijn gedachten. De dagboeknotities nemen daarom een speciale plaats in mijn oeuvre in; ze zijn mijn voedingsbodem.

(Ronny Delrue in een interview met Nele Tas, hART #16, 25.01.2007)

Het behoort tot de algemene verwachtingen om in het atelier van een kunstenaar geconfronteerd te worden met een immense hoeveelheid aan schetsen, uitprobeersels, restanten, knipsels of onafgewerkt materiaal. Het biedt de kans om een aantal sporen van het niet aflatend zoeken van de kunstenaar naar mogelijkheden van expressie of uitbeelding te volgen. Het hoofd van de kunstenaar is echter boven alles het epicentrum van de productie, het ‘primaire atelier’, maar jammer genoeg - wegens fysiologische beperkingen - nu éénmaal moeilijk toegankelijk voor de buitenstaander. In het hoofd ontstaan de ideeën, de relaties, de betekenissen. Mocht een ‘seismograaf’ uitgevonden worden die de creatieve impulsen in de hersenkamers van de kunstenaar kan registreren, dan zou je veel ‘sporen’ kunnen vatten van het artistieke denken, sporen die anders verloren gaan.

Ronny Delrue tekent als een seismograaf zijn vele denksporen, de oneindige sprongen in zijn beeldtaal. De ‘Dagboeknotities’ die hij maakt sinds 1996 getuigen van de noodzaak om te registreren wat het hoofd verbeeldt. De stroom aan beelden fungeert als inspiratiebron voor sculpturen, schilderijen en grotere tekeningen, maar heeft ook zijn waarde als autonoom werk en als expressie van de attitude van de kunstenaar. Als vorser van het werk van Ronny Delrue heb je zo een open vizier op mogelijkheden binnen het oeuvre die nadien al dan niet kunnen uitgewerkt worden.

De voedingsbodem waarop Ronny Delrue zijn oeuvre wenste op te bouwen vanaf de jaren 1990 werd dan wel conceptueel bepaald door hemzelf, het daaruit groeiend artistiek traject blijft allerminst voorspelbaar en wordt door de jaren heen op meerdere manieren interpreteerbaar. De dagboeknotities vereisen daarom een fundamenteel brede benadering van het oeuvre van Ronny Delrue, altijd genoeg ruimte open latend voor andere interpretatiesporen. Enkel zo kan ook een diepgravend onderzoek gebeuren naar de betekenis van Delrue’s werk. In mijn interpretatie gaan de dagboeknotities en al het werk dat daaruit voortvloeit onder meer over beperking en vrijheid, over bewustzijn en het ongecontroleerde, over artistieke plicht en noodzaak, over het routineuze denken en hoe die te ontvluchten, ... Maar uiteindelijk is elke te volgen piste doorheen het oeuvre van Ronny Delrue vroeg of laat dan ook gedoemd om te verstrikken, telkens uitdagend om een nieuwe piste, een nieuwe mogelijkheid te zoeken. En altijd opnieuw zal blijken dat de essentie van het werk zich niet laat herleiden tot één welbepaald concept, tot één alles uitleggende logica.

Al vanaf zijn allereerste dagboeknotities zijn er in ieder geval twee prominent aanwezige bewegingen aan te duiden: er is de extroverte impuls die het innerlijke naar buiten brengt en er is een beschermende impuls door de voorstelling van een ‘architectuur van het zelfbehoud’. Tot die ‘architectuur van het zelfbehoud’ kunnen we de torens, de cocons, de kegelvormen, de stolpen en niet te vergeten de hoofden zelf rekenen. Ze hebben een beschermende en omsluitende functie: het zijn containers van onze gedachten en herinneringen. De extroverte impuls en de beschermende impuls in het werk van Ronny Delrue zijn – hoewel tegendraads - uiteraard met elkaar verbonden, aangezien de wil van de kunstenaar om herinneringen, gedachten en creatieve impulsen in zijn dagboeknotities vast te leggen ook ontstaan uit zelfbehoud.

De manier waarop Ronny Delrue de drager van zijn dagboeknotities, i.c. het papier, behandelt, getuigt van een bepaalde nervositeit of onrust. Potloodtrekken zijn onderbroken, het papier bevlekt, informatie weg gekrabbeld, cijfers snel opgeschreven, ... Het is wel duidelijk dat de drift waarmee hij te werk gaat ook de compositie op het blad papier bepaalt, en dat die compositie dus geenszins op voorhand geconcipieerd werd. Dit neemt niet weg dat bepaalde figuratieve motieven steeds opduiken. De belangrijkste is zonder twijfel het hoofd: het hoofd dat volledig zwart kleurt, het hoofd vanwaar allerlei lijnen en cijfers vetrekken, het hoofd waaruit concentrische cirkels ontstaan, het hoofd dat aangevreten wordt door een ondefinieerbaar vierpotig beest, … Ook het lichaam zelf komt vaak terug, kronkelend in de meest onmogelijke of dierlijke vormen. Het worden krachtige, hoekige, hard getrokken en vervolgens weer onderbroken lijnen. Naast figuratieve motieven krijgen tekst, cijfers, tekens of vlekken evenzeer beeldende waarden in de tekeningen.

Uit de schijnbaar oneindige stroom tekeningen van Ronny Delrue spreekt in ieder geval de noodzaak en evidente dwang om te creëren. Ondanks de - haast neurotische - creatieve gedrevenheid van Ronny Delrue en zijn voortdurend aftasten van het eigen onderbewustzijn heeft het werk niets te maken met een therapeutische verwerking van het menselijke bestaan. Dit betekent niet dat zijn creatieve productie niet verlichtend kan werken: de menselijke tragiek wordt in het werk van Delrue wel omsloten en zo misschien iets meer draagbaar. Het is in zekere zin zijn artistieke plicht maar ook zijn ‘condition humaine’ om (tevergeefs?) de dingen proberen te begrijpen. Het kiezen voor het kunstenaarsbestaan wordt zo een opstanding tegen het menselijke lot door de betrachting om het heldhaftig te overstijgen.

Top