Ronny Delrue

De recente schilderijen van Ronny Delrue of het verhaal van symbiotische grensgebieden of het onoplosbaar probleem van de schilderkunst.

Florent Bex

1994

Elk werk van Ronny Delrue is een tot stilstand gekomen vertelling waarop zich een ander verhaal ent: dat van het schilderen. De vertelling, de herinnering wordt als beeld vereenvoudigd en verdicht, maar tevens overladen door de schilderkunstige drift, die het afgebeelde verdrukt en verwijst naar een verleden tijd.

Schilderen is zichtbaar maken. Ronny Delrue beeldt de herinnering, de teloorgegane aanwezigheid niet uit in een duidelijk herkenbaar beeld van een object. Hij toont ons slechts een vorm die wij associëren met iets dat ons vertrouwd is, een hoofd, een bouwwerk, een landschap. De vorm beeldt dus af, maar is geen afbeelding. De vorm suggereert slechts de essentiële structuur eigen aan het afgebeelde object of eigen aan datgene dat wij denken te herkennen. Vormelijke structuren die een beroep doen op ons geheugen en onze verbeelding die onlosmakelijk verbonden zijn met onze visuele en zinnelijke ervaringen. Want onze geest wil herkennen, analyseren en begrijpen.
De verbeelding, die van de kunstenaar en de onze, heeft de werkelijkheid van natuur en leven als uitgangspunt. De waarneembaarheid van de werkelijkheid wordt mogelijk doorheen de verbeelding en mondt uit in de reële materialiteit van het schilderij.
Ik kan enkel pogen te zeggen wat ik zie of denk te zien om voor zover mogelijk de aanwezigheid te vatten en de verscholen betekenis te achterhalen. Maar gaat dit werk niet elke interpretatie uit de weg? Het gaat er bij Ronny Delrue niet om dwingend te tonen, maar op te roepen. Zijn beelden situeren zich in het grensgebied van figuratie en abstractie. De kunstenaar maakt er geen geheim van waar hij zijn inspiratie en zijn thema’s vindt. Het gaat hem echter niet om afbeelden maar voelbaar maken, een waarneembaarheid creëren van het niet-voorstelbare, het onvertelbare te beschrijven. De onderwerpen zijn slechts een aanleiding, een vertrekpunt, een stimulans om het gevoelsmatig zintuiglijke uit te diepen. Het creatieve proces van het schilderen neemt de bovenhand, transcendeert het onderwerp. Het visueel resultaat vertelt het verloop van het schilderen, het twijfelend zoeken van de handelende schilder. Hij vertolkt het dilemma van elke schilder, sinds Cézanne, tussen het figuratieve en abstracte aspect, tussen het reële en fictieve karakter, tussen de zichtbare en de onderliggende structuur.
De doorwrochte picturale materie schikt zich amper naar de vorm en leidt een eigen leven in, over en onder het gegeven. Een complexe tastbare huid, met soms gelaagde transparanties, die al even onvatbaar blijkt als het onderwerp. De zinnelijke perceptie wordt op de proef gesteld en in verwarring gebracht. Gefascineerd kijken wij naar de vorm en dan weer naar de materie, naar het vlakke en naar de dieptewerking, naar wat zich op de voorgrond afspeelt of in de achtergrond. Als wij ons concentreren op het totaalbeeld dan vraagt het detail weer om aandacht of omgekeerd. Is het werkelijke steeds terugkerende thema niet de schilderkunst zelf en al haar problemen?
Elk werk biedt een veelzijdige lectuur, maar het wordt des te boeiender wanneer men een aantal werken met hetzelfde basisgegeven naast mekaar gaat beschouwen. Sinds 1986 beperkt Ronny Delrue zich steeds voor een geruime tijd tot het verbeelden van één gegeven. Het is telkens een onderwerp met sterk persoonlijke connotaties dat onuitputtelijk in reeksen hernomen wordt, in al zijn facetten en verschijningsvormen, met wisselende toets- en kleurcombinaties. Herhalingen van gelijkvormige maar niet gelijkwaardige voorstellingen. Delicate grijstonen met getemperde blauw of groenachtige tinten overheersen in de recente serie van de Mexicaanse Mayatempels. De steeds weerkerende piramidale basisvorm beheerst meestal monumentaal het vlak maar vervloeit soms in meer landschappelijke impressies: archetypische vormen die opdoemen als oerbeelden van de natuur.
Het samengaan van eenvoud en complexiteit is vooral aan de orde in de reeks van ongedefinieerde hoofden. Hiervoor vond Ronny Delrue de inspiratie op de geërodeerde grafstenen van het Père Lachaisekerkhof in Parijs. De door de tijd weggeknaagde beeltenissen van overledenen, vervaagd, uitgewist, en gedoemd tot de onafwendbare vergetelheid. Van deze portretten resten op de schilderijen slechts de omtreklijnen waarbinnen elke identiteit verdwenen is. Ronny Delrues beelden van verdwijnende beelden vormen bespiegelingen over de vergankelijkheid in ijle, bijna kleurloze wittonaliteiten. Ze baden in een licht dat met de tijd alles verpulvert.
In het recente oeuvre van Ronny Delrue gaat bedachtzame versobering samen met intensere diepzinnigheid. De composities op doekjes van klein formaat, amper dat van een blad papier, nodigen de zinnelijke perceptie tot mijmeringen over het zichtbaar worden van beelden en hoe ze waargenomen worden. Delrue laat ons de zeggingskracht ontdekken van sporen en fragmenten. Doorheen een archeologie van het waarneembare vertelt hij ook al schilderend wat schilderen is. Er blijft een ondefinieerbare poëzie van het nostalgische: de nostalgie van het creatieve moment dat voorbij is en dat van de onvatbare beelden.

Top