Ronny Delrue

Binnenkijken in het hoofd van Ronny Delrue

Eric Rinckhout 

Ronny Delrue tekent elke dag. Tekeningen zijn zijn dagboek: ze geven een beeld van zijn gemoedsgesteldheid maar evengoed zijn het geheugensteuntjes, aanzetten, of een lijn die hem noodgedwongen naar iets anders brengt. Hij ziet het als een briefwisseling met zichzelf. De voorbije jaren zijn de tekeningen ook een ‘correspondentie’ met andere kunstenaars over de hele wereld geworden: een briefwisseling in tekeningen, een uitwisseling van verbeelde ideeën. Met zijn eigen werk en dat van zijn pennenvrienden heeft Ronny Delrue twee overrompelende tentoonstellingen gemaakt: ‘Correspondances’ in S.M.A.K. in Gent en De Centrale in Brussel.

De titel ‘Correspondances’ betekent niet alleen ‘briefwisselingen’ maar ook ‘verbindingen’ en ‘overeenkomsten’ tussen Ronny Delrue en zes verwante zielen. “Ik ben uit mijn comfortzone getreden”, zegt Delrue daarover. “Het is gemakkelijk om als kunstenaar in je cocon te blijven zitten. Maar dat heb ik dus niet gedaan. De correspondentie met de andere kunstenaars heeft me geconfronteerd met mezelf.”

 

Het begon in 2002 toen Carine Fol, de huidige artistiek directeur van De Centrale in Brussel, Ronny Delrue in contact bracht met Christine Remacle, een kunstenares met een verstandelijke beperking. Dat gebeurde voor ‘Kanttekeningen’, in het kader van Brugge 2002 Europese culturele hoofdstad. “Christine en ik maakten samen tekeningen”, zegt Ronny Delrue. “Zonder woorden.” Zo zetten ze een spontane dialoog op met beelden: ieder ging aan de slag met en op de tekeningen van de ander, en tastte de grenzen af van het ‘normale’ en ‘afwijkende’.

Dat was de prille aanzet voor een intense en langdurige reeks ‘correspondenties’ die Delrue, aangespoord door S.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren, de voorbije jaren opzette met vijf andere kunstenaars. In S.M.A.K. zijn daarvan nu de resultaten te zien. Gegroepeerd per zaal, telkens in een totaal andere sfeer.

Zo verliep de correspondentie met de Iraakse Salam Atta Sabri helemaal anders dan die met de Indiase kunstenares Mithu Sen. De brieven en tekeningen van Salam Atta Sabri zijn politiek getint: hij tekende en schreef over aanslagen en vluchtelingen in Bagdad. En hij deed dat vaak óp de werken die Ronny Delrue hem stuurde. Als een hedendaagse palimpsest.

“Die correspondentie was gespreid over drie jaar en verliep heel langzaam”, zegt Ronny. “Soms deed een brief er een maand over om van het veilige Gent in het door angst en geweld geterroriseerde Bagdad te geraken. De briefwisseling met Salam Ata Sabri heeft mijn blik op de wereld verruimd en een en ander gerelativeerd. Bagdad wordt dagelijks door aanslagen getroffen, daartegenover staat het erg veilige Westen.”

De uitwisseling met Mithu Sen was totaal anders. Tussen België en Kathmandu waren brieven en tekeningen soms vier maanden onderweg. Mithu Sen calqueerde de correspondentie van Delrue en stuurde die dan terug. “Dat was confronterend. Soms vroeg ik me na al die maanden af of wat ik had opgetekend nog wel zo urgent was. Bovendien confronteerde Mithu Sen me op die manier met een belangrijk aspect van mijn werk: herinnering versus verdwijning.” Ook letterlijk: want op haar kalkpapier, dat in het S.M.A.K. telkens boven op een brief of tekening van Delrue wordt gepresenteerd, heeft Mithu Sen meestal maar delen van het haar gestuurde oorspronkelijke werk overgetekend zodat er een mistige replica ontstaat.

De relatie met de Duitse kunstenaar Martin Assig was weer helemaal anders. “Een zeer intense correspondentie in zestig à zeventig brieven. Ik ben ook bij hem gaan logeren.” Assig stelde vragen over het werk van Delrue, hun beider werk vertoont trouwens nogal wat raakpunten. Die uitvoerige dialoog in tekeningen werpt een nieuw licht op het denken en werken van beide kunstenaars.

De correspondentie met de Nepalese kunstenaar Sanjeev Maharjan leidde tot een aantal werken waarin de perforatie belangrijk werd. Delrue was gefascineerd door de familieportretten toen hij Sanjeev bezocht. Hij kopieerde en perforeerde de foto’s: hoe minder herinneringen Sanjeev had hoe meer perforaties Delrue maakte en hoe meer het beeld verdween. Met de rondjes uit die perforaties maakte Delrue één groot cirkelvormig werk, ‘Maharjan Caste’, opgebouwd uit die ‘fragmenten’ van vergeten herinneringen.

Tegelijk refereerden al die ‘rondjes’ ook aan de tika, de gekleurde stip op het voorhoofd van Hindoes: het derde oog en ook een verwijzing naar godsdienst of status.

De perforatie is trouwens een element dat al langer een belangrijke rol in het werk van Delrue speelt. Hij bracht niet alleen ronde ‘kogelgaten’ aan in een portret van Van Gogh. In S.M.A.K. hangt ook een aandoenlijk werk: een portret van de moeder van Ronny Delrue als jong meisje. Ook in die zwartwit foto bracht de kunstenaar perforaties aan, zodat het beeld gedeeltelijk verdwijnt. Maar achter de foto stak hij zilverpapier zodat de toeschouwer zichzelf deels weerspiegeld ziet in de ‘gaatjes’. Zo werkt ons geheugen nu eenmaal: enerzijds vervagen herinneringen, anderzijds spiegelen we onszelf in en aan de ander. “Remember part of me is you”, zong Lyle Lovett ooit.

Soms gaat Delrue drastischer tewerk. Zo hangt in Brussel onder andere een uitvergrote zwartwitfoto ‘Lost Memory’ uit 2006 van drie mensen in de duinen. Hun gezichten heeft Delrue met zwarte verf uitgewist. Delrue koopt dat soort foto’s op rommelmarkten: telkens gaat het om foto's die niemand nog wil. Het gaat om geportretteerden die Delrue niet kent en wier beeld hij zich toe-eigent. Tegelijk wist hij hun identiteit uit, want mensen uit het verleden, ook naaste familieleden, zijn nu eenmaal onbekenden. Wat weten wij van hen? Er is minstens nog één bijkomende betekenis: door gezichten te vervangen door zwarte vlekken wijst Delrue ook op de dreiging van het vergeten. Het geheugen is een valkuil.

En zo komen we uit bij de samenwerking met de in Zuid-Afrika wonende, Amerikaanse fotograaf Roger Ballen. Ballen gebruikt tekeningen van gezichten die Delrue hem toestuurde en heeft die hier en daar op de hoofden geplakt van figuren in zijn bevreemdende en bizarre collage-foto’s van zijn absurdistisch theater, het tegelijk gruwelijk, nachtmerrie-achtig en humoristisch Theatre of the Ballenesque.

Niet in de laatste plaats spelen tafels een hoofdrol rol in beide tentoonstellingen. In Gent etaleert Delrue boeken, foto’s, studies, tekeningen, manuscripten en schilderijen: een heus kunstenaarsarchief. De zwarte en rode stippen duiken hier weer op: soms in schilderijen, dan weer op glazen stolpen, die een witte ‘dode’ boomachtige constructie bevatten. De stippen kunnen verwijzen naar het vergeten, het ‘ondersneeuwen’ van het beeld en naar chemische neerslag, maar evengoed naar de kolonisatie van ons brein door de niet aflatende stroom van beelden en informatie. Delrue werkt daar al langer rond. Daartegenover staan in De Centrale enkele tafels boordevol lege stolpen: een indrukwekkend geheel dat én aan de schilderijen van Morandi én aan de installaties van Boltanski doet denken. De lege stolpen verwijzen naar voorbije en vergeten tradities: denk aan de Mariabeelden die ooit onder die stolpen stonden. Daarvan blijft nu nog alleen een indrukwekkende verzameling glas over, die prachtig belicht wordt en even mooi als dreigend oplicht in de duisternis. Een tegenwicht voor de volle, beangstigende en bevreemdende taferelen van Roger Ballen.

In Brussel en Gent toont Delrue zijn mentale landschappen. Werk van vroeger en nu. Alles heeft met alles te maken. Niets bestaat wat niet iets anders aanraakt.

INFO

Correspondances / Ronny Delrue in dialoog’ tot 19 januari in S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, Gent. www.smak.be

Roger Ballen – The Theatre of the Ballenesque’ en ‘Ronny Delrue – Roger Ballen Correspondances’ tot 14 maart in De Centrale, Sint-Katelijneplein 44, Brussel. www.centrale.brussels/

 

Top