Ronny Delrue

Ronny Delrue, inauguratie van Portret van Dr. H.v.d.S.

Katlijne Van der Stighelen

17 februari 2015

Salons van de rector, Universiteitshal

Vorige vrijdag bracht ik een namiddag door in de Agnietenkapel, de kleine promotiezaal van de Universiteit van Amsterdam. Ik was er niet alleen. Zowat alle stoelen waren ingenomen door academici van stand. En die bevolkten ook de muren. Een statige stoet trok aan onze ogen voorbij. Mannen in zwarte toga’s tegen een donkere achtergrond. Hun blik op oneindig of de toevallige passant indringend aankijkend. Geen zweem van een glimlach. En vooral heel stil. Heren van stand zwijgen op het juiste moment. Hun lichaam is gereduceerd tot hun hoofd. Geen portretten ten voeten uit maar busteportretten. Hun intellect schuilt onder de schedel. De zetel van het verstand is belangrijker dan wat er onder de gordel zit. Het lijken wel broers van elkaar hoewel ze niet veel belangstelling tonen voor hun buurman. De portretten munten niet uit in kwaliteit. De opdrachtgevers houden immers niet van experiment. Ze willen zichzelf zien zoals ze zichzelf zien als ze in de spiegel kijken, wanneer ze nog even een kam door de haren halen om de laatste lok met brillantine te bedwingen.

Daarvoor dienen portretten. Elke instelling verzamelt ze wat graag en stalt ze uit in de meest prestigieuze ruimtes. Zoals in de Universiteitshal bij voorbeeld. Noblesse oblige, de traditie overleeft zichzelf. Ze maakt geschiedenis zichtbaar en brengt hulde aan wie deze vorm gaf. Een discussie over het nut van portretten uit 1766 vertolkt die wezenlijke aandrift: Der sterflykheid onttrokken te worden, is immers het voornaamste Voorwerp van het verlangen van alle menschen. Mensen, en academici voorop, willen eeuwig leven. Hun portret is het uithangbord van hun onnavolgbare verdiensten.

En dan komt Dr. H.v.d.S. de kamer binnen, de aula, de promotiezaal of het rectorale salon. Hier gebeurt het allemaal, de recepties, de internationale netwerken, de woorden uit de wandelgangen. Dr. H.v.d.S. laat zich aanvankelijk niet opmerken. De gasten kuieren en heffen het glas en laten onachtzaam hun blik langs de wanden glijden. Ze zien portretten gevat in vergulde kaders. De ene al breder en decoratiever dan de andere.

En dan slaat de bliksem in en geloven de toeschouwers hun ogen niet langer. De doctor verstoort en onttroont. Hij bevestigt en ontkent. Hij is bescheiden maar doortrapt. Hij doet alsof, poseert deftig en houdt zijn rechterarm in evenwicht op de rugleuning van de stoel. Zijn redingote dateert uit 1830, zijn hoge hoed heeft hij uit het oog verloren. De gouden knopen, de ring en het pronkerige zakhorloge wijzen op een goed gevulde beurs. Maar het mag niet baten. Zijn zelfbeeld is door verf aan flarden gescheurd. Zijn identiteit is geperforeerd. Zijn gelaat is besmet, zijn hand is versteend en enkel een silhouet blijft over. Brede, hemelsblauwe verfstreken op de omslag van zijn jas doen zijn bovenlichaam kantelen. In de rechter benedenhoek zoekt hij steun. Hij kreeg een nachtblauw gilet aangepast dat niet langer uit zijde bestaat. Hij wil schuilen voor de vlokken witte sneeuw die van boven op hem neerdalen. Ze komen van alle kanten, ontdooien en druipen weg over de vergulde acanthen van de houten lijst. Wie schuilt er achter en op het doek? Waar is hij gebleven? Is het ‘A Mask of Make-up & Gold’? De titel van een vergelijkbaar hertekend portret van de hand van Delrue dat Stéphane Beel uitkoos voor zijn privé-collectie? Wie is Dr. H.v.d.S.? Een vergeten collega? Het model uit 1830 is weggeveegd, herleid tot een symbool van de menselijke maat. Hij is niet langer een individu maar een uitdagend beeld dat tot reflectie aanzet. De schilderijen van Ronny Delrue zijn nooit vrijblijvend maar grijpen de toeschouwer op een meedogenloze maar lyrische manier naar de keel. Gisteren en vandaag maken deel uit van hetzelfde ogenblik.

Weet u nog waar we gebleven waren? Die toeschouwers in het rectorale salon? Ze begrijpen het niet of verkeerd. Ze voelen zich in hun eigenheid aangetast. Ze houden niet van ironie. Dr. H.v.d.S. krijgt op 2 februari 2016 een ere-doctoraat in de filosofie. De geschiedenis heeft hem veel lessen geleerd. Hij is niet langer een heer van stand. Zijn redingote en gouden ring heeft hij uitgedaan. Helemaal naakt poseert hij in deze portrettengalerij. Het is lang geleden dat de KU Leuven nog op de barricade stond en nog langer geleden dat de avant-garde in de schoot van de Alma Mater zo veel kansen kreeg.

Top